Diagram 6.3 Subtype-relatie

Description of the diagram 6.3 Subtype-relatie

De subtype-relatie legt vast dat een Entiteit een subtype is van een andere Entiteit (doorgaans zullen dit beide Begripsentiteiten zijn).

Subtypes behoren tot een subtypegroep. Bijvoorbeeld “Blonde Persoon”, “Donkerblond Persoon” en “Bruinharig Persoon” behoren tot supertype Persoon in Subtypegroep “haarkleur”. De subtypen “Personen met baard” en “Personen zonder baard” eveneens een Subtypegroep, namelijk “baardragers”.

Aan een Subtypegroep kan een Setgebaseerde Afleidingsregel gehangen worden die bepaalt in welke subtype(n) binnen de subtypegroep een voorkomen van het supertype behoort.

Van een Subtypegroep kan worden aangegeven of dat deze compleet dient te zijn; dat wil zeggen dat al de voorkomens van het Supertype tot minstens één van de Subtypen moet behoren en of deze exclusief moet zijn. Als een Subtypegroep exclusief is, dan komt elk voorkomen van het Supertype in hooguit één van de onderliggende Subtypen voor. De combinatie van een Complete en Exclusieve Subtypegroep zorgt ervoor dat alle voorkomens van het Supertype in exact één van de bijbehorende Subtypen behoort.

Soms kunnen voorkomens van een Supertype van Subtype veranderen; bijvoorbeeld “Order met status Lopend” gaat over in “Order met status Beëindigd”. In een model kan ook expliciet uitgedrukt worden dan een bepaald voorkomen niet kan veranderen van Subtype: “Order met status Beëindigd” kan niet overgaan in “Order met status Start”. Een dergelijke niet toegestane overgang kan vastgelegd worden in het metamodel.

Een subtype-relatie loopt van een Unieke Identificator van het Subtype naar een Unieke Identificator van het Supertype. Van de attributen van de Verwijzende Attribuutset die de verwijzende Unieke Identificator vormt, wordt aangegeven tot welk Attribuut in de Verwezen Attribuutset hij behoort.